Auteur: Jos de Keyzer, apologeet.blogspot.com

Overgenomen uit Opent externe link in nieuw schermwww.cip.nl

Elke dag lezen christenen uit hun Bijbel. Christenen zien de Bijbel als het onfeilbare Woord van God. Maar is dit boek historisch gezien wel betrouwbaar? Het christelijk geloof is een openbaringsgeloof, waar onder andere historische feiten de boodschap uitmaken. Zonder het historisch feit, al of niet controleerbaar, dat Jezus Christus heeft bestaan, zouden wij geen geloof meer hebben.

Ongelovigen zien de Bijbel als een oud boek dat historisch gezien niet deugt. Is dit eigenlijk wel zo? Heeft Jezus echt bestaan, zoals het in de Bijbel omschreven is, of wordt hij als een goede leraar gezien? We zullen ons in het kader van deze studie uitsluitend bezighouden met het Nieuwe Testament.

De boeken van het NT zijn vooral historische documenten, pas daarna zijn het religieuze geschriften. De boeken zijn ontstaan uit de behoefte om het gebeurde vast te leggen voor hen die het niet hebben meegemaakt. Veel ervan zijn bijvoorbeeld brieven gericht aan mensen die echt bestaan hebben, daarom zijn de geschriften dus in een historische context ontstaan. Het zijn documenten uit het leven gegrepen. De inhoud blijkt te gaan over Jezus die een boodschap van verzoening met God bracht. Maar daarom zijn de boeken niet ineens onhistorisch. Wat betekent het dat deze boeken historische documenten zijn?

Archeologische feiten
Er zijn meer dan 39 bronnen buiten de bijbel die meer dan 100 feiten bevestigen over Jezus' leven en leer. Dat is veel voor iets wat 2000 jaar geleden gebeurde in een uithoek van het Romeinse rijk.

De Joodse historicus Josephus (37 AD-100 AD) heeft de geschiedenis opgetekend van het Joodse volk in Palestina van 70 AD tot 100 AD. In zijn boek Anitquities schrijft hij onder andere: "Omstreeks deze tijd was er Jezus, een wijs man, als het respectvol zou zijn hem een man te noemen, iemand die veel wonderen deed..... Hij was de Christus en toen Pilatus.. hem veroordeelde tot het kruis, verlieten zij die van hem hielden niet. Want hij bleek op de derde dag leven te zijn, zoals de profeten hadden voorzegd... en de christenen, zoals ze hen noemden, bestaan vandaag de dag nog."

Tacitus, een van de belangrijkste romeinse geschiedschrijvers schreef in 115 AD: Christenen, van wie de naam zijn oorsprong had, gingen door extreme vervolging heen tijdens de regering van Tiberius...

En zo schreven meerdere mensen over de christenen, terwijl zij zelf helemaal geen aanhangers waren van Jezus.

Veel plaatsen en feiten uit de evangeliën worden gestaafd door archeologische vondsten:
1. Nog niet zolang geleden zijn enkele plaatsen gevonden, zoals Kapernaüm (Tell Hum), Bethsaida (waarschijnlijk, 2300 meter ten noorden van de kustlijn), Chorazin (mogelijk Tell Khirbet Kerezah) and Tiberias.
2. De gewelddadige wijze waarop Herodus alle mannelijk kinderen jonger dan 2 jaar doodde in Bethlehem wordt bevestigd door de antieke geschiedenis die ons vertelt hoe deze man zijn favoriete vrouw, drie van zijn zoons, een hogepriester en twee mannen van zijn zus vermoordde.
3. Het bad te Bethesda met de vijf rijen pilaren (Joh. 5:1-15) is 13 meter onder de grond gevonden, terwijl men lange tijd dacht dat het niet bestond.
4. De vijver van Siloam (John. 9:7) werd in 1897 ontdekt.
5. Pontius Pilatus heeft echt bestaan, zo blijkt uit een steen gevonden in Caesarea Maritama in 1961. In het latijn staat er op gegraveerd: 'Pontius Pilatus, Prefect van Judea heeft aan de mensen van Caesarea deze tempel geschonken ter ere van Tiberius'. Keizer Tiberius leefde van 14 tot 37 AD.

Op meer dan 300 plekken in het Nieuwe Testament zijn archeologische plekken te vinden die controleerbaar zijn. Ook de namen van verschillende mensen in de Bijbel en hun functies zijn archeologisch bekend en controleerbaar. Bijvoorbeeld Lysanius als tetrach van Abilene (Luk 3:1). Hij wordt vernoemd bij een inscriptie die gaat over de tempelinweiding. Ook Gallio (Hand 18:12-17) waar Paulus wordt voorgeleid heeft echt bestaan. Bij Delphi is een inscriptie gevonden waarin staat: "… Lucius Junios Galio, mijn vriend, en de procunsul van Achaië." De inscriptie zou een brief zijn van keizer Claudius.

Lucas noemt in zijn evangelie 32 landen, 54 steden en 9 eilanden zonder (geografisch en/of historische) fout.

In 1968 werd in Jeruzalem een massagraf gevonden met 35 gekruisigde lichamen. Inscripties die daarbij gevonden werden wijzen een van de slachtoffers aan als Yohan Ben Ha'galdol. Het betreft waarschijnlijk de Joodse opstand van 70 AD. De slachtoffers waren net als Jezus gekruisigd: de voeten naar buiten gericht, de benen gebroken.

Een interessant detail met betrekking tot de dood van Jezus: In Nazareth is een inscriptie gevonden met een decreet van keizer Claudius (41 - 54 AD) die gebiedt dat graven niet verstoord mogen worden en lichamen niet verplaatst mogen worden op straffe van de doodstraf. Het is mogelijk dat Claudius gerucht had vernomen van de opstanding van Jezus en de daaropvolgende onrust en dat hij soortgelijke incidenten wilde vermijden.

Geschiedschrijver Thallus schreef in 52 AD over de kruisiging van Jezus. Zijn werk is verloren gegaan, maar wordt geciteerd door Julius Africanus in zijn werk 'Chronography'. Hij schrijft: 'Op de hele wereld kwam er een angstige duisternis, en rotsen vielen door een aardbeving, en vele plekken in Judea en andere districten werden verwoest.. een donkerheid kwam zonder reden en een verduistering van de zon.'

Opent interne link in huidig schermVolgende

To top Home page Information Site map Contact us