Het Nieuwe Testament
Naast het Oude Testament bevat de bijbel ook het Nieuwe Testament. Het Nieuwe Testament is in het (koinè) Grieks geschreven.
Evangeliën
Vier Evangeliën, waarin de geboorte, het doen en laten, de dood en de opstanding van Jezus Christus zijn beschreven:
Evangelie van Mattheüs,
Evangelie van Marcus,
Evangelie van Lucas en
Evangelie van Johannes.
De eerste drie evangeliën vertonen veel overeenkomsten en worden daarom ook wel de Synoptische Evangeliën genoemd (synopsis betekent samen bekeken; als je ze naast elkaar legt vallen de overeenkomsten in thema, indeling of woordgebruik op). Het vierde evangelie, dat van Johannes, heeft een heel eigen karakter, vermoedelijk omdat het pas tientallen jaren later geschreven is.
Geschiedenis van de eerste christenen
Bevat de Handelingen van de Apostelen
De brieven van de Apostelen
Hierin opgenomen de brief van Paulus aan de
Romeinen,
1 Korintiërs,
2 Korintiërs,
Galaten,
Efeziërs,
Filippenzen,
Colossenzen,
1 Tessalonicenzen,
2 Tessalonicenzen,
1 Timotheüs,
2 Timotheüs,
Titus,
Filemon,
Hebreeën.
Jakobus,
1 Petrus,
2 Petrus,
1 Johannes,
2 Johannes,
3 Johannes en
Judas.
Openbaring
Openbaring aan Johannes.
Apocriefen van het Nieuwe Testament
Deze apocriefe boeken zijn niet in het Nieuwe Testament opgenomen. Hun gezag wordt door de kerken niet erkend. Hun bestaan was altijd bekend (zoals het Epistel van Barnabas, is bekend door tekstvondsten zoals die bij Nag Hammadi, of anders zijn ze te reconstrueren uit verwijzingen die vroege kerkvaders geven. De Apocriefen bij het Nieuwe Testament zijn:
Handelingen van Petrus, Handelingen van Paulus, Handelingen van Johannes, Handelingen van Thomas, Handelingen van Andreas, Evangelie van Thomas, Evangelie van de Hebreeën, Evangelie van de Ebionieten, Evangelie van de Nazareners, Evangelie van de Egyptenaren, Evangelie van de Naäsenen, Evangelie van Petrus, Openbaring van Petrus, Verkondiging van Petrus, Evangelie van Maria Magdalena en het Epistel van Barnabas.